Extra belastingvrijstelling voor het werken in het buitenland
26 september 2005
Nederlanders die de afgelopen jaren een vrijstelling hebben geclaimd voor in het buitenland gewerkte dagen hebben recht op een extra vrijstelling.
Werknemers die in Nederland wonen en arbeid verrichten in een ander land kunnen zowel door Nederland (de woonstaat) als het door het land waar de arbeid wordt verricht (de werkstaat) in de belastingheffing worden betrokken. Dubbele belastingheffing kan worden voorkomen met een beroep op een belastingverdrag of - indien arbeid wordt verricht in een land waarmee Nederland geen verdrag heeft gesloten - met een beroep op de Nederlandse eenzijdige regeling (Het Besluit voorkoming dubbele belasting).
Indien arbeid wordt verricht in een land waarmee Nederland een verdrag heeft gesloten, is de hoofdregel dat de werkstaat over dat salaris belasting mag heffen. In zo’n geval stelt Nederland de in de werkstaat belaste inkomsten vrij nadat is vastgesteld welk deel van het inkomen toerekenbaar is aan de werkstaat. Toerekening vindt plaats op basis van een zogenaamde ‘dagenbreuk’. De teller van de breuk bestaat uit het totaal aantal dagen waarop daadwerkelijk in de werkstaat is gewerkt; over de bepaling van de noemer van de breuk wordt al tijden discussie gevoerd. De Hoge Raad heeft echter in het verleden (arrest van 17 december 1997) bepaald dat de noemer van de breuk dient te worden vastgesteld op het totale aantal normale werkdagen (aantal kalenderdagen verminderd met de weekenddagen).
Nu komt de Hoge Raad in haar arrest van 23 september 2005 terug op deze beslissing. Het betrof de situatie van iemand die in Nederland woont en zowel in Nederland als België werkte en van het totaal aantal gewerkte dagen (213 na aftrek van weekenddagen én vakantiedagen) er 58 feitelijk in België had gewerkt (en 155 in Nederland) en deze breuk (58/213) ook hanteerde ter bepaling van het bedrag waarvoor voorkoming van dubbele belasting zou moeten worden verleend. De inspecteur stelde echter dat het bedrag waarvoor aanspraak op voorkoming dubbele belasting bestaat als volgt diende te worden berekend: 58/261 (de kalenderdagen minus weekenddagen).
De Hoge Raad is nu van oordeel dat vakantierechten naar tijdsevenredigheid worden opgebouwd, en dus ook voor een evenredig deel dienen te worden toegerekend aan de werkstaat. De uitkomst is dat de teller nog immer wordt gevormd door het aantal dagen waarop daadwerkelijk in de werkstaat is gewerkt, maar de noemer door het aantal kalenderdagen van het desbetreffende jaar, verminderd met de weekenddagen en de vakantiedagen en de feestdagen en dergelijke waarop niet behoefde te worden gewerkt.
Het oordeel van de Hoge Raad betekent dat een groter deel van het buitenlands inkomen voor vrijstelling in aanmerking komt nu de noemer van de breuk gereduceerd wordt met vakantiedagen en andere dagen waarop feitelijk niet behoeft te worden gewerkt. Een uitkomst waar goed mee te leven valt.
Het is te verwachten dat in de meeste gevallen, waarbij in de werkstaat alleen maar wordt gewerkt en de vakantiedagen elders worden doorgebracht, het bedrag van de vrijstelling beduidend hoger zal uitvallen. Een ieder die in de afgelopen jaren een vrijstelling voor buitenlanddagen heeft geclaimd heeft naar onze mening recht op deze extra vrijstelling, althans voorzover de aangifte nog niet definitief is afgehandeld. Dit vereist echter wel het indienen van een suppletieaangifte.
Indien u vragen heeft of meer informatie over dit onderwerp wenst, kunt u contact opnemen met
Edwin Veele
Telefoon: 010-2010472 (direct)
E-mail: edwin.veele@taxci.nl
