Laatste wijziging: 22-10-2007

Deelnemingsvrijstelling - wie komt in aanmerking voor de vrijstelling?

De deelnemingsvrijstelling kan in beginsel worden ingeroepen door ieder lichaam dat zelfstandig is onderworpen aan de Nederlandse vennootschapsbelasting.  Ook een buitenlands lichaam (vaste inrichting) kan kwalificeren, mits het belang waarvoor de deelnemingsvrijstelling wordt geclaimd aan het Nederlands ondernemingsvermogen van dit lichaam kan worden toegerekend.

De deelnemingvrijstelling kan niet worden geclaimd door:

  • ondernemers die aan de inkomstenbelasting en niet aan de vennootschapsbelasting zijn onderworpen; 
  • fiscale beleggingsinstellingen (wel aan de vennootschapsbelasting onderworpen, maar tegen een nul tarief);
  • maatschappen en andere samenwerkingsverbanden die niet zelfstandig aan de Nederlandse vennootschapsbelasting zijn onderworpen; 
  • vennootschappen die zijn opgenomen in een fiscale eenheid met een andere vennootschapschap en daardoor niet zelfstandig zijn onderworpen aan de vennootschapsbelasting;  
  • lichamen die zijn vrijgesteld van de Nederlandse vennootschapsbelasting, zoals bijvoorbeeld overheidslichamen en stichtingen die geen materiĆ«le onderneming drijven; 
  • buitenlandse lichamen die geen onderneming in Nederland drijven   

De deelnemingsvrijstelling is van rechtswege van toepassing; het is niet noodzakelijk om hiervoor een verzoek bij de belastingdienst in te dienen.  Wel kan de belastingdienst vooraf worden gevraagd of in een bepaalde (toekomstige) situatie de deelneminsvrijstelling van toepassing zal zijn.  Voor meer informatie verwijzen wij naar de pagina  Deelnemingsvrijstelling - kan ik zekerheid vooraf krijgen van de belastingdienst ?  

 

Terug naar index - De Nederlandse deelnemingsvrijstelling