De conserverende aanslag op de helling ?
4 oktober 2005
Het Hof Den Bosch heeft in een recente uitspraak besloten dat het opleggen van een conserverende aanslag aan een Nederlander die in 1998 was geëmigreerd naar België in strijdt was met het oude belastingverdrag met België.
Indien iemand Nederland verlaat, zal de Nederlandse belastingdienst in beginsel haar heffingsrecht over toekomstige inkomsten verliezen. Nederland mag vervolgens alleen belasting heffen van haar inwoners, of van buitenlanders indien en voorzover zij bepaalde inkomsten uit Nederlandse bron genieten. Dit beginsel ligt ook ten grondslag aan de afspraken die Nederland met andere landen heeft gemaakt over de verdeling van heffingsbevoegdheid. Deze afspraken zijn neergelegd in belastingverdragen.
De Nederlandse wetgeving bevat echter een regeling om claimverlies op bepaalde inkomsten door emigratie tegen te gaan: de zogenaamde conserverende aanslag.
De belangrijkste inkomsten waarvoor een conserverende aanslag wordt opgelegd zijn de inkomsten uit aanmerkelijk belang en pensioenen. De casus die nu aan het Hof Den Bosch werd voorgelegd zag op inkomsten uit aanmerkelijk belang. De inkomsten uit aanmerkelijk belang zien met name op dividenden uit een (holding) BV of de winst bij verkoop van aandelen in een (holding) BV.
Het kwam vroeger nog al eens voor dat meteen na emigratie de in Nederland opgebouwde pensioenaanspraken werden afgekocht of de aandelen in een Nederlandse holding, met daarin het opgepotte kasgeld, werden vervreemd. Meestal mocht Nederland volgens het belastingverdrag gesloten met het land van emigratie geen belasting meer heffen ter zake van deze afkoop of vervreemding. Er ging dus effectief een Nederlandse belastingclaim verloren. Sommige landen, zoals België, heffen daarentegen niet of heel weinig belasting over afkoopsommen voor pensioen of vervreemdingwinsten op aandelen, en zie daar, het fenomeen van belastingvlucht naar België was geboren.
Uiteraard was dit fenomeen een doorn in het oog van de Nederlandse belastingdienst. In 1998 werd daarom een regeling geïntroduceerd met het oogmerk om dit claimverlies tegen te gaan. Afrekenen aan de grens bij emigratie zou veel commotie hebben doen ontstaan (en waarschijnlijk onrechtmatig zijn geweest), dus de Nederlandse regering kwam met een gewiekst alternatief. Op de ondeelbare seconde voor feitelijke emigratie werd de emigrerende Nederlander geacht zijn aandelen te hebben vervreemd of, in feite, zijn pensioen te hebben afgekocht. Hiervoor werd een aanslag opgelegd. Omdat feitelijk geen inkomsten werden genoten bij emigratie (de vervreemding of afkoop was immers fictief) werd uitstel van betaling, oorspronkelijk met zekerheidsstelling, toegestaan. Bij goed gedrag gedurende de tien jaren na emigratie, oftewel geen afkoop of vervreemding gedurende deze periode, zou de aanslag van rechtswege weer vervallen.
Al eerder heeft de Europese rechter beslist dat bij emigratie binnen Europa het vereiste van de zekerheidsstelling in strijd was met Europese wetgeving. De zekerheidstelling vormde een ongeoorloofde belemmering voor het vrije verkeer van personen binnen de Europese Unie. Inmiddels is daarom het vereiste van de zekerheidsstelling bij emigratie binnen de Europese Unie komen te vervallen.
Nu heeft een Nederlandse rechter besloten dat het opleggen van een conserverende aanslag voor inkomsten uit aanmerkelijk belang aan een Nederlander die naar België emigreerde in strijdt is met het (oude) belastingverdrag tussen Nederland en België.
De rechter kijkt door de fictie van fictieve vervreemding heen en constateert dat de conserverende aanslag in feite Nederland het recht geeft om in de toekomst door een inwoner van België genoten dividenden en vervreemdingswinsten alsnog in de Nederlandse belastingheffing te betrekken. Volgens het belastingverdrag zijn deze inkomsten echter (grotendeels) voor de belastingheffing aan België toegewezen. De rechter is van mening dat Nederland niet eenzijdig op de afspraken die zijn neergelegd in belastingverdragen mag terugkomen. De conserverende aanslag is in strijdt met goede trouw jegens de verdragspartner en moet derhalve vervallen.
Sinds de introductie van de conserverende aanslag ligt deze regeling onder vuur. En dat is ook niet zo gek. In feite word een aanslag opgelegd onder de veronderstelling dat de emigratie is gericht op het ontwijken van de Nederlandse belastingheffing. Alleen bij goed gedrag gedurende tien jaren na emigratie, wordt het ontbreken van het fiscale motief aanvaard en vervalt de Nederlandse belastingclaim alsnog. Guilty untill proven not guilty. De rechter tikt Nederland nu (wederom) op de vingers, maar Nederland is niet voor één gat te vangen. Inmiddels worden in belastingverdragen speciale bepalingen opgenomen die het innen van de conserverende aanslag toestaan, zodat voor die gevallen deze uitspraak van Hof Den Bosch geen soelaas zal bieden. Ook het belastingverdrag met België is inmiddels, in 2001, aangepast. Het wachten is wederom op de (Europese) rechter, of wellicht een kabinet dat inziet dat het doel (claimbehoud) niet alle middelen heiligt( het voorwaardelijk belasten van fictief inkomen).
Indien u vragen heeft of meer informatie over dit onderwerp wenst, kunt u contact opnemen met
Ton Smit
Telefoon: 010-2010470 (direct)
E-mail: ton.smit@taxci.nl
