Reaktie Zalm op rapport van SOMO

Laatst gewijzigd: 18-01-2007

Antwoorden naar aanleiding van schriftelijke vragen van het lid Irrgang (SP) over het Nederlandse belastingsysteem.

Vraag 1.

Wat vindt u van de bevindingen in het rapport «The Netherlands: A tax haven» van de Stichting Onderzoek Multinationale Ondernemingen dat meer dan 20.000 multinationals en rijke ondernemers het Nederlandse belastingsysteem gebruiken om elders zo min mogelijk belasting te betalen?

De bevindingen in het door u aangehaalde rapport heb ik met belangstelling gelezen. Het rapport geeft een schatting dat in 2006 circa 20.000 zogeheten 'brievenbusmaatschappijen' bij circa 132 trustkantoren geregistreerd staan. Naar ik begrijp uit het rapport zijn deze schattingen gebaseerd op cijfers van circa vijfjaar geleden.

Zoals ik op 21 november jl. tijdens de plenaire behandeling van het wetsvoorstel Werken aan Winst in de Eerste Kamer heb aangegeven, is het een gegeven dat bepaalde knooppunten in het financiële verkeer bestaan. Nederland is daar één van en dat is goed voor de Nederlandse economie. Zoals ik tijdens genoemde Kamerbehandeling heb aangegeven is Nederland interessant voor de vestiging van zo'n knooppunt vanwege het hoge niveau van de juridische dienstverlening en het aantrekkelijke belastingverdragennetwerk. Dit brengt tegelijkertijd risico's met zich mee. Op bepaalde onderdelen kan de Nederlandse opstelling ten aanzien van grensoverschrijdende transacties als neveneffect hebben dat Nederland wordt opgenomen in ontgaansconstructies van buitenlandse bedrijven. Ik wil benadrukken dat Nederland niet wegloopt voor zijn verantwoordelijkheden op dit punt. Zo verlangt Nederland vanaf 1 april 2001 eenzijdig van (nieuwe) financiële dienstverleningslichamen dat sprake is van reële aanwezigheid in Nederland en dat reële commerciële risico's worden gelopen met betrekking tot de door het lichaam uitgeoefende functies. Voorts worden in de bilateraal te sluiten belastingverdragen altijd maatregelen opgenomen, die misbruik van deze verdragen voorkomen.

Vraag 2

Is Nederland te bestempelen als een belastingparadijs? Kunt u uw antwoord toelichten?

Tijdens de plenaire behandeling van het wetsvoorstel 'Werken aan Winst' in de Eerste Kamer der Staten-Generaal op 21 november j.l. heb ik aangegeven dat Nederland niet te bestempelen is als een belastingparadijs.

In de eerste plaats wijs ik op het niveau van de belastingheffing in Nederland. Kenmerk van een belastingparadijs is immers dat er (bijna) geen belastingheffing is. Dat kan van Nederland niet worden gezegd. Het Nederlandse toptarief in de inkomstenbelasting is 52%. Daarnaast ligt het tarief van de vennootschapsbelasting nu na enkele verlagingen ongeveer op het Europese gemiddelde. In Nederland moet dus wel degelijk worden betaald. Dit blijkt ook uit de opbrengst van de belastingen.

In de tweede plaats is een kenmerk van een belastingparadijs dat er internationaal geen gegevens worden uitgewisseld en dat er geen of weinig toezicht is. Nederland doet internationaal volop mee aan informatie-uitwisseling en fraudebestrijding. Bovendien heeft Nederland moderne toezichtwetgeving, die goed wordt gehandhaafd, zoals de Wet Identificatie Dienstverlening (WID), de Wet Melding Ongebruikelijke Transacties (MOT) en de Wet Toezicht Trustkantoren (WTT).

Tot slot is in de EU en de OESO een discussie gevoerd over schadelijke belastingconcurrentie. Nederland is nu, na met name aanpassingen van de rulingpraktijk, OESO- en EU-proof. Nederland voldoet derhalve aan de gangbare internationale maatstaven en is dus geen belastingparadijs.

Vraag 3

Vindt u het niet meedoen aan het ontlopen van belasting een vorm van maatschappelijk verantwoord

ondernemen?

Het betalen van belasting in Nederland is geen vorm van maatschappelijk verantwoord ondernemen (hierna: MVO). In een brief van de Staatssecretaris van Economische Zaken van 13 december 20051 is aandacht geschonken aan de definitie van MVO, te weten "de zorg voor maatschappelijke effecten van het functioneren van een onderneming". Op het moment dat bijvoorbeeld een bedrijf zijn gedrag meer maatschappelijk verantwoord maakt, kan een mogelijk indirect gevolg zijn dat dit MVO van invloed is op de hoogte van de winst en daarmee op de hoogte van het bedrag van de te betalen belasting. Dit betekent echter niet dat het betalen van belasting in Nederland een vorm is van MVO.

Bovendien is in de huidige belastingwetgeving maatschappelijk verantwoord ondernemen vervat. Zo is in artikel 5.15 van de Wet IB 2001 de vrijstelling sociaal-ethische beleggingen opgenomen. Tevens is in 2006 artikel 3.14 van de Wet IB 2001 gewijzigd. Met deze wijziging worden de kosten en lasten van steekpenningen bij het bepalen van de winst van aftrek uitgesloten.

Voorts heb ik tijdens de plenaire behandeling van het wetsvoorstel 'Werken aan Winst' op 21 november jl. in de Eerste Kamer aangegeven dat Nederland een beleid heeft dat gunstig is voor ontwikkelingslanden. Ik heb daarbij onder meer de deelnemingsvrijstelling genoemd. Dit betekent dat als Nederlandse ondernemingen winst maken in een ontwikkelingsland, de winstbelasting daar wordt geheven. Er zijn ook landen die vervolgens nationaal bijheffen, bovenop de heffing van het ontwikkelingsland. Zo komt het in andere landen voor dat als activiteiten in een ontwikkelingsland plaatsvinden, waarover het ontwikkelingsland bijvoorbeeld 20% vennootschapsbelasting heft, er in het andere land nog een bijheffing plaatsvindt tot het daar geldende tarief. Nederland heft in dergelijke gevallen niet bij. Dat is het gunstig voor het ontplooien van economische activiteiten in ontwikkelingslanden.

Vraag 4

Bent u bereid een onderzoek in te stellen naar het ontlopen van belastingverplichtingen door

internationale bedrijven en naar de mate waarin het Nederlandse belastingsysteem daartoe bijdraagt?

In mijn antwoord op vraag 1 en 3 heb ik aangegeven dat het ontlopen van belastingverplichtingen en de mate waarin ons belastingsysteem daaraan bijdraagt, voor mij een voortdurend aandachtspunt vormt. Voor zover sprake is geweest van ongewenste neveneffecten van het Nederlandse belastingsysteem is Nederland eenzijdig en bilateraal opgetreden. Het instellen van een additioneel onderzoek, acht ik derhalve niet nodig.

Vraag 5

Kunt u De Nederlandsche Bank vragen gevraagd op regelmatige basis statistieken te verschaffen over bijzondere financiële instellingen met betrekking tot de kapitaalstromen en de landen waar het kapitaal vandaan komt en naartoe stroomt?

De Nederlandsche Bank verwerkt de cijfers van de bijzondere financiële instellingen in de statistische bulletins die zij ieder kwartaal uitgeeft. Deze cijfers komen in de tabellen 5.1 en 5.14 tot uitdrukking. De geografische onderverdeling, waaruit de herkomst en de bestemming van de kapitaalstromen blijkt, is hieruit niet op te maken. Publicatie van die onderverdeling is niet toegestaan op grond van de in artikel 8 van de Wet financiële betrekkingen buitenland 1994 opgenomen geheimhoudingsbepaling

1 Kamerstukken II, 2005/06, 26 485, nr. 40

Bron: brief van 22 december 2006, nr. IFZ 2006-00931