Engels concernregime in strijd met Gemeenschapsrecht; Nederlands fiscale eenheidregime ook ?
19 april 2005
Recent heeft Advocaat-Generaal de heer Maduro een conclusie uitgebracht naar aanleiding van door het Britse High Court of Justice gestelde prejudiciƫle vragen aan het Europese Hof van Justitie inzake de Marks & Spencerzaak. De vragen gaan over de verenigbaarheid van het Britse concernregime ("group relief") met het gemeenschapsrecht.
Het Britse concernregime staat toe dat een groepsvennootschap haar verliezen overdraagt aan een andere groepsvennootschap, waarna het de overdragende vennootschap niet meer is toegestaan deze verliezen zelf te compenseren (kan dus niet meer verrekenen met later door haar behaalde winsten). Een belangrijke beperking is dat dit regime slechts van toepassing is op vennootschappen die inwoner zijn van het Verenigd Koninkrijk of daar economische activiteiten verrichten. Het is dus niet toegestaan dat een in het Verenigd Koninkrijk gevestigde moedermaatschappij de verliezen van haar buitenlandse dochtermaatschappijen in aftrek brengt.
Marks & Spencers, een in het Verenigd Koninkrijk gevestigde winkelketen, wilde nu juist de verliezen van haar dochterondernemingen in Duitsland, Belgiƫ en Frankrijk - waarvan de activiteiten in 2001 werden gestaakt - in mindering brengen op de winst van de Britse moeder, hetgeen niet werd toegestaan door de inspecteur. Marks & Spencers is tegen deze beslissing in beroep gegaan. De Advocaat-Generaal concludeert dat het Britse concernregime niet verenigbaar is met het Gemeenschapsrecht (recht van vrijheid van vestiging), tenzij aan de aftrek van verliezen op het niveau van de Britse moedervennootschap de voorwaarde wordt verbonden dat deze in de lidstaat waar de dochterondernemingen zijn gevestigd niet nogmaals aangewend kunnen worden.
Het Britse concernregime is voor wat betreft de verliesverrekening tussen groepsvennootschappen enigszins verwant aan het fiscale eenheid regime dat wij in Nederland kennen. Ook onder het huidige fiscale eenheidsregime (in werking sinds 2003) wordt niet toegestaan dat een fiscale eenheid wordt gevormd tussen een Nederlandse moedermaatschappij en een naar buitenlands recht opgerichte dochtermaatschappijen, waarvan de plaats van de werkelijke leiding ook buiten Nederland ligt (zogenaamde "cross border" consolidatie). Bij de invoering van het gewijzigde fiscale eenheidsregime in 2003 werd al opgemerkt dat het niet toestaan van een fiscale eenheid met in het buitenland gevestigde dochtermaatschappijen strijdig zou kunnen zijn met Gemeenschapsrecht. De Staatssecretaris stelde zich toentertijd echter op het standpunt dat de Nederlandse fiscale jurisdictie diende te worden afgeschermd en dat verliesimport niet wenselijk was; daarnaast zat er weinig voortgang in het voorstel om tot een EU-richtlijn inzake "cross border" consolidatie te komen. Het is de vraag in hoeverre dit standpunt houdbaar is als het Europese Hof de Advocaat Generaal volgt en het Engelse concernregime strijdig acht met Gemeenschapsrecht.
Indien u vragen heeft of meer informatie over dit onderwerp wenst, kunt u contact opnemen met
Edwin Veele
Telefoon: 010-2010472 (direct)
E-mail: edwin.veele@taxci.nl
