Concernfinancieringsregeling vervalt
De Staatssecretaris van Financiën heeft een wetsvoorstel ingediend om de concernfinancieringsregeling per 12 juli 2001 officieel in te trekken (de zogenaamde CFM-regeling).
De CFM-regeling gaf internationaal opererende concerns die uitsluitende vanuit Nederland concernfinancieringsactiviteiten verrichten de mogelijkheid om een reserve te vormen ter zake van de risico’s die met deze activiteiten in verband staan. Jaarlijks mocht ten laste van de winst een bedrag aan de reserve worden toegevoegd van ten hoogste 80% van de in dat jaar behaalde "concernfinancieringswinst". Dit betekende feitelijk dat de met de concernfinancieringsactiviteiten behaalde winst effectief tegen zo’n 7% wordt belast.
De staatssecretaris geeft met het indienen van dit wetsvoorstel gevolg aan het oordeel van de Europese Commissie uit 2003 - naar aanleiding van een op 11 juli 2001 ingesteld onderzoek - dat de CFM-regeling dient te worden gezien als staatssteun en daardoor onverenigbaar is met de gemeenschappelijke markt.
Het wetsvoorstel kent een overgangsregeling voor belastingplichtigen die op 11 juli 2001 onder de CFM-regeling vielen. Deze overgangsregeling houdt in dat deze belastingplichtigen gedurende de looptijd van de verkregen beschikking (10 jaar) doch tot uiterlijk 1 januari 2011 gebruik kunnen blijven maken van de CFM-regeling.
Deze aankondiging zat er al een tijdje aan te komen. Dat is ook de reden dat Nederlandse internationaal opererende concerns terughoudend zijn geweest om de CFM-regeling aan te vragen. De CFM-regeling is ooit in het verleden in het leven geroepen om de concurrentie aan te kunnen gaan met zogenaamde tax havens; veel internationaal opererende concerns brachten hun concernfinancieringsactiviteiten onder in een laagbelaste entiteit, bijvoorbeeld een Antilliaanse offshore vennootschap of een zogenaamde Zwitserse financieringsbranch. Vanaf december 2002 zijn ook geen nieuwe aanvragen meer in behandeling genomen. De CFM-regeling wordt dan ook maar door een beperkt aantal bedrijven toegepast. Deze zullen in de meeste gevallen gebruik kunnen maken van de overgangsregeling. Bij gebreke van een Nederlandse faciliteit is het voor Nederlandse bedrijven weer aantrekkelijk geworden om concernfinancieringsactiviteiten naar het buitenland te verplaatsen, waardoor de daarmee behaalde resultaten aan de Nederlandse vennootschapsbelastingheffing worden ontrokken.
Indien u vragen heeft of meer informatie over dit onderwerp wenst, kunt u contact opnemen met
Edwin Veele
Telefoon: 010-2010472 (direct)
E-mail: edwin.veele@taxci.nl
